DE ACHTERKANT VAN BELGIË (2022)

Het treinraam gunt de Belg een blik achter zijn eigen schermen.

Vergeelde serres met gebroken ruiten staan triestig als skeletten te vergaan. Houten constructies verliezen hun strijd met de zwaartekracht terwijl de betonnen koterijen met golfplaten daken een groen dekentje krijgen. De eenzame caravan denkt vol melancholie terug aan zijn vakanties in het zuiden van Frankrijk en de plastic glijbaan zorgt niet langer voor spelplezier. Zowel het duivenkot als het konijnenhok zijn hun bewoners kwijt en niemand lijkt nog te weten wat er zich onder het blauwe plastic zeil over de aanhangwagen bevindt.

De achterkant van België is een allegaartje van kapotte bloempotten, emmers, plastic stoelen, bakstenen, paletten, gasflessen, speelgoed, restjes van omheining en houtblokken met middenin de geplante kerstboom van drie winters geleden.

Achter de nieuwe huizen ligt het resterende bouwmateriaal. Achter de oude ligt het nog steeds. De rest van het leven is erbij komen te liggen.

De huizen waarachter niets ligt, zien er verdacht uit. Nìemand is rommelvrij.

De gebouwen vlak naast het station geven nog het meest bloot. Het is er druk, appartementenblokken staan tegen elkaar geperst. De koterijen en tuintjes staan er als Tetrisblokken tegenaan.

Bovenop dit alles groeit het onkruid, in een poging de puinhoop te verstoppen. Maar het helpt niet echt.

 

Oprecht hoeft niet altijd schoon te zijn.